Algemene baanregels
1.1 Algemeen
- Op de baan mag slechts worden gespeeld door leden die beschikken over tenminste een GVB, dan wel baanpermissie hebben gekregen van de professional van de club.
- Spelers met baanpermissie mogen maximaal in een driebal spelen.
- Voor niet-leden geldt dat zij moeten voldoen aan de hiervoor genoemde bezoekersregeling en de verschuldigde greenfee hebben betaald.
- De greenfeekaart dient zichtbaar aan de tas te worden bevestigd. Greenfeekaarten zijn voorzien van een uniek nummer dan wel de datum.
- Iedere speler dient met een eigen set golfclubs te spelen, zeker bij grote drukte in de baan. Een en ander is ter beoordeling van de marshal.
- Het is verboden om met drivingrange ballen in de baan te spelen.
- Het bij zich hebben en gebruiken van een pitchfork is verplicht.
- Iedere speler is verplicht de aanwijzingen van het Bestuur, het secretariaat en de marshal op te volgen. De marshals zorgen ervoor dat de door het Bestuur vastgestelde regels worden nageleefd.
1.2. Baancommissaris
De baancommissaris is verantwoordelijk voor het onderhoud en beheer van de baan en heeft bevoegdheden ten aanzien van sluiting en openstelling van de baan. De baancommissaris treedt hierbij in nauw overleg met de (hoofd)greenkeeper en de overige leden van de baancommissie.
1.3 Plaatselijke regels (local rules)
Iedere speler is verplicht, alvorens af te slaan, zich op de hoogte te stellen van de vigerende plaatselijke regels en de tijdelijke plaatselijke regels. De plaatselijke regels zijn vermeld op de scorekaart. Tijdelijke plaatselijke regels worden vermeld op het mededelingenbord in de entreehal van het clubhuis en op het mededelingenbord op het startershuisje op de 1e afslagplaats. U kunt ze ook hier nalezen.
1.4 Zorg voor de baan
Het kost veel zorg, tijd en geld de baan in goede conditie te houden. Behandel daarom de baan met zorg en wees attent op de volgende punten:
- Oefenswings: Oefenswings mogen alleen gemaakt worden naast de teebox. Het slaan van divots op de teebox dient zoveel mogelijk te worden vermeden.
- Divots (plaggen): Bij het slaan van divots in de baan wordt u geacht, conform de hierboven vermelde zorg voor de baan, deze te allen tijde terug te leggen en goed aan te drukken. Dit geldt voor zowel de "tee", "fairway" als de "rough".
- Greens: pitchmarks dienen met een pitchfork te worden hersteld. Andere beschadigingen van de green dienen te allen tijde te worden vermeden. Bij het uitnemen van de vlaggenstok moet worden gewaakt de randen van de hole niet te beschadigen.
- Bunkers: Na het spelen uit een bunker dient deze zorgvuldig te worden aangeharkt. De hark moet in de speelrichting BUITEN de bunker worden teruggelegd.
- Ground under repair (GUR): GUR wordt aangegeven d.m.v. blauwe paaltjes, witte lijnen plus de aanduiding GUR en/of GUR bordjes. Ontwijken volgens regel 25-1b is verplicht op straffe van 2 strafslagen in strokeplay of verlies van de hole in matchplay.
- De rough: Uitgeslagen plaggen dienen teruggelegd en goed aangestampt te worden.
- Jonge aanplant: jonge aanplant van bomen en struiken e.d. moet nog verder groeien. Voorzichtigheid en zorg zijn geboden.
- Paden, bruggen, hekjes: Volg zoveel mogelijk de paden of bruggen en stap niet over hekjes.
- De beregeningsinstallatie: Door de baan ligt een beregeningsinstallatie herkenbaar aan de ‘pop-up sprinklers'. Deze zijn erg kwetsbaar. Vermijd er op te staan of er over te rijden.
- Papier en ander afval: Bij elke afslagplaats is een afvalbak geplaatst. Iedere speler is verplicht zijn eigen of ‘tegengekomen' rommel mee te nemen en in de afvalbak te deponeren. Dit geldt ook voor gebroken tees, peuken van sigaren of sigaretten
1.5 Golfkarren, trolleys, buggies en clubcars
Het is verboden met een golfkar of clubcar over de afslagplaatsen, greens of foregreens te rijden. Daarnaast wordt u verzocht zoveel mogelijk met een golfkar of clubcar over de fairway te rijden en de rough te mijden. Dit heeft te maken met het feit dat de rough kwetsbaarder is dan de fairway door het ontbreken van een beregeningsinstallatie en drainage. Deze voorzieningen zijn wel aangebracht in de fairway. Alle aanwijzingen ten aanzien van de te volgen route, o.a. aangegeven door witte kalklijnen, dienen stipt te worden nagekomen. Bij natte weersomstandigheden de routes volgen zoals aangegeven op de kaart in de buggy.
1.5.1 Golfkarren, trolleys en buggies
- Buggies en trolleys zijn in de baan toegestaan, tenzij de conditie van de baan dit niet toelaat. Dit wordt aangegeven op het bord bij de 1e tee, op de website en bij het secretariaat.
- Indien trolleys zijn toegestaan en buggies niet, is het handicart pashouders wel toegestaan om met een buggy de baan op te gaan. Hierbij heeft de greenkeeper altijd het laatste woord.
- Indien de weersomstandigheden zo slecht zijn dat ook trolleys niet zijn toegestaan dan is het niet toegestaan voor handicart pashouders om met een buggy op de baan te gaan. Jeugdspelers tot 13 jaar mogen mogen dan wel met een trolley op de baan
- Zelf aangeschafte gemotoriseerde golfkarren, voorzien van voldoende brede banden, zijn toegestaan na overleg met en toestemming van het bestuur. In geval de conditie van de baan het gebruik hiervan niet toestaat, wordt dit aangegeven op het bord bij de 1e tee.
- Respecteer de richtingbordjes en de witte kalklijnen voor golfkarren en buggies in de baan. U dient daarbij zoveel mogelijk over de fairway te rijden.
1.5.2 Clubcars
Minder valide golfers die lid zijn van de Stichting Handicart en in het bezit zijn van een gebruikerskaart, kunnen tegen gereduceerd tarief een clubcar huren. Ook golfers die tijdelijk mindervalide zijn kunnen, indien beschikbaar, een clubcar huren. In alle gevallen heeft de houder van een gebruikerskaart voorrang.
- Het gebruik van een clubcar bij NGF wedstrijden is niet toegestaan, tenzij er NGF ontheffing is verleend. Het gebruik bij clubwedstrijden is slechts toegestaan aan gebruikerskaarthouders. Meerijden door een valide golfer is bij wedstrijden niet toegestaan.
- De GCH-clubcar staat ter beschikking van het bestuur, de baan- en/of wedstrijd commissie, de caddiemaster , het secretariaat en de marshals.
- Reservering van een clubcar dient van tevoren bij het secretariaat plaats te vinden.
- Greenfeespelers, die over een gebruikerskaart beschikken, kunnen van tevoren reserveren door opgave van naam, golfclub en eigen telefoonnummer.
- De huurprijzen worden jaarlijks vastgesteld.
1.6 Voorrang in de baan: "Geef elkaar de ruimte"
- Spelers die deelnemen aan een clubwedstrijd hebben in alle gevallen voorrang boven andere spelers.
- Op de eerste afslagplaats is er geen sprake van voorrang voor singles (1 of 2-bal) ten opzichte van drie- of vierballen. Om een vlotte doorstroming te bevorderen wordt aanbevolen om in voorkomende gevallen singles toch eerst af te laten slaan, wanneer spoedig doorlaten in de baan verwacht mag worden. Een en ander in redelijkheid en onder het motto: "geef elkaar de ruimte".
- Buiten wedstrijden dient, voor de afslag op de 10e hole, geritst te worden met spelers die aan een ronde beginnen.
1.7 Slow play
- Slow play dient te allen tijde te worden vermeden.
- Spelers die aan een wedstrijd meedoen, behoeven spelers die niet aan die wedstrijd meedoen, niet door te laten.
- Bedenk dat uw plaats op de baan niet voor de achter u spelende groep is maar achter de voor u spelende groep. Het motto is hier "wel aansluiten maar niet opdringen".
- Het zoeken door (mede)spelers dient zich te beperken tot de bal uit de eigen flight. Het op speurtocht gaan naar andere ballen is niet toegestaan.
- Naar een bal mag niet langer dan vijf minuten worden gezocht, zie ook definitie Verloren Bal en Regel 27.
1.8 Etiquette
- Doorspelen, zonder onnodig oponthoud, maar wachten tot de spelers van de voorgaande groep geheel buiten bereik zijn.
- Alvorens te putten, kar of tas buiten de green plaatsen, zo dicht mogelijk in de richting van de volgende afslagplaats.
- Onmiddellijk de green verlaten na het putten en de scorekaart invullen bij de volgende afslagplaats.
- Na het doorlaten van de achteropkomende groep wachten met spelen tot de doorgelaten partij geheel buiten bereik is.
- Bij het putten niet over de puttinglijn van de medespelers lopen.
- Zorgdragen dat er geen schaduw valt die andere spelers kan hinderen.
- Zowel de vlag als de stok vasthouden bij het bewaken van de hole.
1.9 Course marshals
De marshal is vrijwilliger en medelid van GCH. De marshal is een gastheer voor leden en gasten van de club. Hij/zij is bevoegd om aanwijzingen en adviezen te geven. U bent verplicht deze op te volgen! Het spel op de golfbaan dient ordelijk, vlot en veilig te verlopen.
De marshal:
- controleert de spelers op hun speelrechten aan de hand van de door het secretariaat afgegeven rondekaart en label
- controleert of er in voldoende mate onnodige schade wordt voorkomen
- draagt zorg voor een goede doorstroming tijdens het spel
- ziet erop toe dat de regels van de golfetiquette in acht worden genomen
- ziet erop toe dat spelers zorg dragen voor de veiligheid van alle personen in en buiten de baan
- spreekt spelers aan op hun gedrag en geeft indien nodig aanwijzingen indien zij naar het oordeel van de marshal bovengenoemde punten niet voldoende in het oog houden.
Bovenstaande is van toepassing op alle spelers. De marshal voert zijn/haar taak uit onder auspiciën van het bestuur.
1.10 Omgang met de greenkeepers
- De greenkeepers hebben in de baan altijd voorrang.
- Wanneer de greenkeepers binnen het speelbereik zijn, dient de speler te wachten met het slaan totdat de greenkeepers hiervoor een teken hebben gegeven.
- Om het spel en de uit te voeren baanwerkzaamheden zo goed mogelijk samen te doen gaan, houden de greenkeepers ook rekening met de spelers. Dit betekent dat zoveel mogelijk tegen de route van de baan in gemaaid zal worden, dus te beginnen met hole 9, daarna 8 etc.
- Met het maaien van een green kan niet worden gestopt. De green dient in zijn geheel in één keer te worden gemaaid. Bij het maaien is de vlag uit de hole verwijderd. Wacht met verder spelen totdat de greenkeeper de vlag heeft teruggeplaatst, de green heeft verlaten en zich op veilige afstand hiervan bevindt.
1.11 Onweer
In verband met mogelijke blikseminslag dient bij onweer het spel direct te worden afgebroken. Spelers moeten hun golftas laten staan/liggen op de baan. In de baan bevinden zich twee schuilhutten met bliksemafleider op de volgende plaatsen: Bij de Green van hole 3 en de Tee van hole 16.
1.12 Plaatsen
De periode waarin als tijdelijke plaatselijke regel 'plaatsen is toegestaan', is van 1 november tot en met 30 april. De baan kan daarbij Qualifying blijven. De tijdelijke plaatselijke regel zal echter pas worden ingevoerd op het moment dat de conditie van de baan zover is teruggelopen, dat een bal op de fairway en de foregreen zo slecht kan liggen, dat niet meer gesproken kan worden van een reële situatie om Handicap Scores te maken. Tijdelijke plaatselijke regels zullen worden aangekondigd op de website en op het mededelingenbord in de hal van het clubhuis.
Een bal die op een "kort gemaaid gedeelte" door de baan ligt, mag zonder straf worden opgenomen en schoongemaakt. De speler moet de bal plaatsen binnen 15 centimeter van de plek waar hij oorspronkelijk lag, maar niet dichter bij de hole. De speler mag zijn bal éénmaal verplaatsen of plaatsen en nadat de bal op deze wijze is verplaatst of geplaatst is hij in het spel.
Straf voor overtreding van deze plaatselijke Regel: "Matchplay: verlies van de hole; Strokeplay: twee slagen.
Op advies van de NGF behoeft de bal niet te worden gemerkt alvorens deze wordt opgenomen. Indien hiervan (tijdens belangrijke wedstrijden) wordt afgeweken, zal e.e.a. van te voren worden aangekondigd.










